'Nauwelijks nog gezondheidsklachten vuurwerkramp'
(Novum) - De gezondheidsproblemen van betrokkenen bij de vuurwerkramp in Enschede in 2000 zijn grotendeels verdwenen. In het eerste jaar na de ramp werd een piek bereikt, die in de jaren daarna geleidelijk wegebde. Dat meldt gezondheidsinstituut Nivel woensdag op basis van bevindingen van Rik Soeteman, die volgende week op zijn onderzoek promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Bij de explosie van een vuurwerkdepot op 13 mei kwamen 23 mensen om het leven. Zo'n duizend mensen raakten gewond. De wijk Roombeek, waar de fabriek was gevestigd, werd voor een groot deel verwoest.
In april 2001 stelde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vast dat de ramp in de eerste weken nadien 'grote invloed' had op de ongeveer vierduizend betrokkenen. Een groot deel van hen werd in de dagelijkse bezigheden beperkt door lichamelijke gezondheidsproblemen en bijvoorbeeld slaaptekort. Velen kampten met angstgevoelens, somberheid en een gebrek aan vertrouwen. Mensen die dierbaren verloren, gewond waren geraakt of hun huis hadden verloren, hadden het meest last van gezondheidsproblemen.
Soeteman deed met gegevens van dertig huisartspraktijken in Enschede onderzoek naar de gezondheidsproblemen van betrokkenen en vergeleek de gegevens over een periode van een jaar voor de ramp tot vijf jaar daarna.
"De grootste groep krijgt de klap in het eerste jaar, maar de meeste mensen herstellen dus wel goed", constateert Soeteman. "Slachtoffers hadden de grootste kans op gezondheidsproblemen als zij huis en haard hadden verloren of als zij in het jaar voor de ramp al met psychische problemen bij hun huisarts waren geweest."
Soeteman adviseert bij een volgende ramp de slachtoffers die hun huis kwijtraken en patiënten met een geschiedenis van psychische klachten door de huisarts extra goed in de gaten te laten houden.
- meest gelezen binnenland
- buitenland
