Onderzoeker wil slachtafval in voer weer toestaan
(Novum) - Slachtafval moet weer worden toegestaan in veevoer. Dat concludeert onderzoeker Emiel Elferink van de Rijksuniversiteit Groningen in een onderzoek naar de belasting voor het milieu die de productie van vlees, melk en eieren met zich meebrengt.
Slachtafval mag niet meer in veevoer worden verwerkt omdat mensen omkwamen door de ziekte van Creutzfeldt-Jacob. Ze waren besmet door koeien met BSE, ofwel gekkekoeienziekte. Die koeien hadden de ziekte opgelopen doordat vlees van soortgenoten in hun voer was verwerkt.
Dat de ziekte nog in het voer zat, kwam volgens Elferink doordat de temperatuur waarbij slachtafval destijds in Engeland werd verwerkt tot diermeel niet hoog genoeg was. Door de temperatuur op te hogen is dat op te lossen. Ook zou diermeel van koeien niet aan koeien, maar bijvoorbeeld aan varkens of kippen moeten worden gevoerd.
Dat is volgens Elferink veel beter voor het milieu. Nu wordt het slachtafval opgestookt in energiecentrales. De dieren moeten nog steeds eten, maar in plaats van slachtafval krijgen ze nu sojabonen. Waar de hele EU eerst jaarlijks zestien miljoen ton diermeel voor veevoer gebruikte, wordt nu jaarlijks 23 miljoen ton sojabonen geïmporteerd, vooral uit Brazilië.
Al met al is het nog altijd het best voor het milieu als helemaal geen vlees meer wordt gegeten. Maar dat is volgens Elferink niet realistisch. "De trend is nu dat consumenten steeds meer vlees eten. In 2050 zitten we volgens de laatste voorspellingen al op honderdvijftig procent van de huidige hoeveelheid." Het effect op het milieu is volgens hem dubbel zo groot.
Elferink promoveert eind deze maand op zijn onderzoek.
- meest gelezen binnenland
- buitenland
