Balkenende hield zich afzijdig bij Irak
(Novum) - Premier Jan Peter Balkenende (CDA) heeft zich lange tijd niet bemoeid met overleg over de Nederlandse opstelling rondom een eventuele Amerikaanse aanval op Irak. Dat blijkt uit het dinsdag verschenen rapport van de commissie-Davids.
Volgens de commissie is de Nederlandse opstelling rondom Irak al in augustus 2002 bepaald, tijdens een overleg van drie kwartier tussen minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer (CDA) en een kleine groep ambtenaren. Daarna is de Nederlandse lijn niet meer wezenlijk veranderd. Balkenende is zich pas vanaf januari 2003 met de kwestie gaan bemoeien, maar toen stond de Nederlandse opstelling al vast. "In 2002 had de nog onervaren minister-president andere zaken aan het hoofd", zei commissievoorzitter Willibrord Davids, doelend op de kwestie rondom prinses Margarita en de perikelen met de LPF, die toen in het kabinet zat.
De commissie-Davids constateert verder dat de juridische argumenten van het kabinet rammelden. De VN-resolutie waarop het kabinet zich beriep, bood geen vrijbrief om oorlog te gaan voeren. De juridische kant van de zaak werd 'ondergeschikt gemaakt' aan de al vastgestelde opstelling van het kabinet.
Het kabinet negeerde bovendien kanttekeningen die de inlichtingendiensten AIVD en MIVD plaatsten bij buitenlandse rapporten over de massavernietigingswapens die Irak zou hebben. "Uit de rapporten van de diensten werden van kabinetszijde slechts uitspraken gedestilleerd die pasten in het reeds ingenomen standpunt", stelt Davids.
Verder heeft het kabinet 'geen volledige opening van zaken gegeven' over een verzoek van de Verenigde Staten, gedaan in november 2002, om mee te werken aan de planning van de opbouw van een militaire macht. Bewijs dat Nederland ook daadwerkelijk een militaire bijdrage is geleverd, heeft Davids niet gevonden.
- meest gelezen binnenland
- buitenland
